Op een voormalig kampeerterrein aan de noordrand van Drenthe is recent de Black Barns opgeleverd: een houtskeletbouwwoning die traditie en biobased bouwmethoden combineert. Het project van Loer Architecten, gerealiseerd in bouwteam met Beauvast, fungeert als proeftuin voor hoe landschapsontwerp, prefab houtbouw en energieneutraliteit elkaar kunnen versterken binnen kleinschalige woningbouw.

Van camping naar natuurwoonlandschap
De woning maakt deel uit van de herontwikkeling van camping Schelfhorst tot een ‘natuurwoonlocatie’, een masterplan van Cor en Sibylle Kalfsbeek. Daarbij staat niet het woonvolume, maar het landschap centraal: tuinen worden extensief beheerd, zichtlijnen worden open gehouden, en bebouwing wordt terughoudend vormgegeven.
Binnen dat kader kreeg Loer Architecten de opdracht een schuurwoning te ontwerpen die het traditionele Drentse erfbeeld benadert zonder in nostalgie te vervallen. Het resultaat is een ensemble van drie gebouwen, een hoofdvolume en twee kleinere bijgebouwen, geplaatst als losse, functionele schuurvolumes rond een open erf.


Houtskeletbouw als ruggengraat
Technisch is de Black Barns een volledig houtskeletbouwproject. De keuze daarvoor was tweeledig: biobased materiaalgebruik en bouwsnelheid. Het casco is grotendeels prefab voorbereid, waardoor op locatie vooral montagewerk plaatsvond.
De gevelafwerking bestaat uit zwart verduurzaamd hout, gekozen om het geheel een rustige uitstraling te geven binnen de groene omgeving. Het dak is gedekt met riet. Dit is een materiaal dat qua vochtgedrag en detaillering extra aandacht vroeg in combinatie met de HSB-constructie. In een van de bijgebouwen zijn zonnepanelen in het dakvlak geïntegreerd, waardoor de energievoorziening zonder storende toevoegingen is opgelost.
Oriëntatie en energieconcept
Hoewel de woning geen uitgesproken futuristische techniek toont, is het energieconcept nadrukkelijk ontworpen rondom de oriëntatie. De drie volumes zijn zo geplaatst dat raamopeningen maximaal profiteren van zonlicht: in de winter dragen ze bij aan passieve verwarming, terwijl de diepe dakoverstekken oververhitting in de zomer beperken.
Installatieadviseur Vincent Martijn ontwikkelde een compact systeem voor verwarmen en koelen, afgestemd op de relatief lichte bouwmassa van HSB. De woning komt uit op energieneutraal niveau, mede dankzij een laag warmteverlies en de bijdrage van de dakgebonden zonnepanelen.


Black Barn als verlengde van het landschap
Een opvallend aspect van het ontwerp is hoe de woning zelf als landschapselement wordt behandeld. De gevels zijn bewust niet rondom even open: aan de randen waar privacy nodig is, zijn ze vrijwel gesloten, terwijl aan de zichtzijden grote raamvlakken het omringende terrein als het ware het interieur in trekken. Daardoor heeft elk volume een andere relatie met het landschap en functioneren de gebouwen samen als een reeks ‘kijkdozen’.
Binnen in de woning, waarboven en beneden elk eigen ruimtelijke logica hebben, zijn de zichtlijnen consequent doorgezet. Het ontwerp dwingt de gebruiker steeds het landschap te ervaren, een uitgangspunt dat in het masterplan leidend was.
Drie jaar ontwerpen aan eenvoud
Het ontwerptraject duurde ongeveer drie jaar. Opdrachtgever Erna Mostert, die vanuit haar duurzame modemerk Woman by Earn een uitgesproken voorkeur heeft voor rustige, heldere vormen, werkte intensief mee aan de materialisatie en detaillering. Het bouwteam, met W2N als constructeur en Tectnique voor technische begeleiding, heeft veel aandacht besteed aan aansluiting tussen materialen, condensbeheersing rond het rieten dak en een nauwkeurige afwerking van het zwarte houtwerk.

Black barns: een eigentijds Drents boerenerf
De Black Barns onderscheidt zich niet door een spectaculaire vorm, maar door een consequente doorvoering van principes: biobased materiaalgebruik, landschappelijke helderheid en een sobere, goed gedetailleerde houtskeletopbouw. Daarmee toont het project vooral hoe kleinschalige particuliere woningbouw een rol kan spelen in de bredere omslag naar biobased bouwen.
Waar veel schuurwoningen in Nederland vooral een esthetische typologie zijn, laat de Black Barn zien hoe dat beeld kan worden verbonden met een circulaire bouwpraktijk en een zorgvuldig landschapsplan. Daarmee is het project meer dan een luxe woning: het is een case study in wat een eigentijds Drents boerenerf kan betekenen in de context van duurzaam bouwen.








