Het verlies aan tropisch regenwoud is in 2025 met 36 procent gedaald ten opzichte van het recordjaar 2024. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het World Resources Institute (WRI) en het Global Forest Watch-platform. Toch waarschuwen onderzoekers dat de mondiale ontbossing structureel te hoog blijft en dat klimaatgedreven bosbranden zich ontwikkelen tot de grootste bedreiging voor mondiale bosecosystemen en daarmee ook voor de beschikbaarheid van duurzaam hout.
Wereldwijd ging in 2025 nog altijd 4,3 miljoen hectare tropisch primair regenwoud verloren, een gebied vergelijkbaar met Denemarken. Dat komt neer op een verlies van elf voetbalvelden per minuut. Ondanks de scherpe daling ligt het verliesniveau nog steeds 46 procent hoger dan tien jaar geleden.
Voor de internationale hout- en bouwsector zijn de cijfers relevant omdat tropische bossen een steeds grotere rol spelen in discussies rond biobased bouwen, CO₂-opslag en duurzame grondstoffenketens. Tegelijkertijd neemt de druk op certificering, herkomstcontrole en regelgeving verder toe.
Brazilië laat zien dat beleid werkt
De sterkste daling kwam uit Brazilië, waar het regenwoudverlies aan primair bos buiten branden om met 41 procent afnam. Volgens WRI is dat direct gekoppeld aan strenger milieubeleid onder president Luiz Inácio Lula da Silva. Daarbij werden federale anti-ontbossingsprogramma’s opnieuw opgestart en sancties op milieudelicten verzwaard.
Volgens Mirela Sandrini, directeur van WRI Brasil, bewijst Brazilië dat politieke sturing daadwerkelijk effect heeft op ontbossingscijfers. Tegelijkertijd neemt ook daar het brandrisico toe door langdurige droogte en hogere temperaturen.
Dat spanningsveld wordt internationaal steeds zichtbaarder. Waar ontbossing traditioneel vooral werd gekoppeld aan landbouwexpansie en illegale kap, verschuift het risico nu richting klimaatversterkte natuurbranden. Die ontwikkeling raakt ook de houtbouwsector indirect: toenemende brandschade en bosdegradatie kunnen de beschikbaarheid van gecertificeerd hout onder druk zetten en prijsschommelingen versterken.
Branden verantwoordelijk voor 42 procent van wereldwijd bosverlies
Hoewel landbouw wereldwijd de grootste structurele oorzaak van bosverlies blijft, waren branden in 2025 verantwoordelijk voor liefst 42 procent van alle verloren boomdekking wereldwijd. In totaal ging 25,5 miljoen hectare bos verloren. Dat is een oppervlak iets groter dan het Verenigd Koninkrijk.
Vooral in boreale bossen waren de gevolgen groot. In Canada verbrandde 5,3 miljoen hectare bos, waarmee 2025 het op één na zwaarste natuurbrandjaar ooit werd. Ook delen van Zuid-Europa kregen opnieuw te maken met extreme branden.
Matthew Hansen, directeur van het GLAD Lab van de University of Maryland GLAD Lab, spreekt van een structurele verschuiving. Volgens hem veranderen klimaatverandering en landdegradatie bosbranden van een seizoensgebonden fenomeen in een vrijwel permanente noodsituatie.
Dat heeft directe gevolgen voor de mondiale koolstofbalans. Tropische oerbossen functioneren als essentiële CO₂-opslagplaatsen. Wanneer bossen verbranden, komt niet alleen grote hoeveelheden koolstof vrij, maar neemt ook het vermogen af om toekomstige emissies op te slaan.
EUDR en houtketens onder druk
De cijfers zetten ook extra druk op de implementatie van de Europese ontbossingsverordening, de European Union Deforestation Regulation (EUDR). Die regelgeving verplicht bedrijven vanaf de komende jaren om aan te tonen dat hout, soja, cacao en andere grondstoffen niet afkomstig zijn van recent ontboste gebieden.
Voor de Nederlandse bouw- en houtsector betekent dit dat traceerbaarheid in de keten belangrijker wordt dan ooit. Importeurs, houtverwerkers en aannemers zullen steeds vaker moeten aantonen waar grondstoffen vandaan komen en onder welke omstandigheden ze zijn geproduceerd.
De combinatie van strengere regelgeving, toenemende klimaatschade en geopolitieke onzekerheid maakt duurzame houtstromen strategischer dan voorheen. Tegelijkertijd groeit juist de vraag naar houtbouw vanwege de lagere CO₂-footprint ten opzichte van beton en staal.
Colombia en Indonesië tonen alternatief model
Ook Colombia, Indonesië en Maleisië lieten verbeteringen zien. In Colombia daalde het regenwoudverlies aan primair bos na een sterke piek in 2024, mede dankzij strengere handhaving en erkenning van landrechten van inheemse gemeenschappen.
Volgens WRI blijkt daaruit dat lokaal bestuur, economische alternatieven en bescherming van gemeenschapsbossen essentieel zijn om ontbossing structureel terug te dringen.
Daar staat tegenover dat landen als Bolivia, Peru, Laos en Madagaskar hoge verliescijfers bleven registreren. In veel gevallen spelen landbouwuitbreiding, mijnbouw en het gebruik van vuur voor landontginning daarbij een centrale rol.
Opvallend is dat Bolivia inmiddels meer tropisch regenwoud verliest dan de Democratische Republiek Congo, ondanks een veel kleiner bosareaal.
Houtbouw steeds sterker verbonden aan mondiale boskwaliteit
Voor de houtbouwsector onderstrepen de cijfers dat duurzaam bouwen niet los kan worden gezien van mondiaal bosbeheer. Naarmate hout een belangrijker alternatief wordt voor fossiel-intensieve bouwmaterialen, groeit ook de noodzaak om bossen langdurig intact en productief te houden.
Volgens WRI wordt 2026 cruciaal. Een verwachte terugkeer van El Niño kan wereldwijd opnieuw zorgen voor extremere droogte en hogere brandrisico’s. Tegelijkertijd staan in meerdere bosrijke landen verkiezingen gepland die bepalend kunnen zijn voor toekomstig bosbeleid.
De komende jaren zullen daarom niet alleen draaien om méér hout toepassen in de bouw, maar vooral om de vraag onder welke ecologische voorwaarden dat hout beschikbaar blijft.







