De Nederlandse bouwregelgeving is niet meer toegerust op de maatschappelijke opgaven van deze tijd. Dat concludeert TNO in een nieuw onderzoek naar een toekomstbestendig stelsel van bouwregels. Volgens de onderzoekers is het huidige systeem te complex geworden, sluit het onvoldoende aan op technologische ontwikkelingen en vormt het steeds vaker een rem op woningbouw, verduurzaming en innovatie.
De studie werd uitgevoerd in opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en Brandweer Nederland. TNO pleit niet voor een beperkte reparatie van afzonderlijke regels, maar voor een fundamentele herziening van de uitgangspunten waarop de bouwregelgeving sinds de jaren tachtig is gebaseerd.
Stelsel uit een andere tijd
Volgens TNO is het huidige stelsel het resultaat van tientallen jaren aan wijzigingen, aanvullingen en Europese regelgeving. Daardoor is een systeem ontstaan dat voor zowel overheden als marktpartijen steeds moeilijker toepasbaar wordt.
De onderzoekers signaleren dat maatschappelijke ontwikkelingen zoals klimaatadaptatie, circulariteit, digitalisering, de woningbouwopgave en de energietransitie niet meer vanzelfsprekend passen binnen de bestaande structuur van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
Tegelijkertijd groeit de invloed van Europese regelgeving op onderwerpen als duurzaamheid, materiaalgebruik, energieprestaties en digitale productinformatie. Die ontwikkelingen vragen volgens TNO om een integrale herziening van de bouwregelgeving.
Houtbouw expliciet genoemd
Voor de houtbouwsector bevat het rapport een opvallende passage. TNO wijst erop dat de huidige grondslagen voor brandveiligheid grotendeels zijn gebaseerd op bouwmethoden, gebouwtypen en maatschappelijke omstandigheden uit het verleden.
Nieuwe ontwikkelingen zoals biobased bouwen, de toepassing van houtconstructies, circulariteit en de energietransitie zorgen ervoor dat de bestaande benadering van brandveiligheid steeds vaker onder druk komt te staan. Volgens TNO bereiken hulpdiensten hierdoor vaker de grenzen van hun operationele mogelijkheden.
De onderzoekers stellen daarom dat de uitgangspunten voor brandveiligheid opnieuw tegen het licht moeten worden gehouden. Dat zou volgens hen moeten gebeuren op basis van actuele technische, economische en maatschappelijke inzichten.
Voor de houtbouwsector kan dat een belangrijk discussiepunt worden. De afgelopen jaren ontstond regelmatig debat over de vraag of bestaande brandveiligheidsregels voldoende aansluiten op grootschalige houtbouwconcepten.
Innovaties lopen vast
Een ander belangrijk punt in het onderzoek is de moeizame opschaling van innovaties. Volgens TNO ontbreekt vaak een duidelijke basis om nieuwe bouwmethoden, materialen en systemen als gelijkwaardige oplossing binnen de regelgeving te accepteren.
Daardoor ontstaan extra procedures, uiteenlopende interpretaties en hogere kosten voor zowel initiatiefnemers als vergunningverleners.
De onderzoekers stellen dat het regelgevingsstelsel innovatie niet alleen niet mag belemmeren, maar deze actief zou moeten faciliteren. Juist in een periode waarin industrialisatie, prefab-productie en biobased materialen noodzakelijk zijn om de woningbouwproductie te verhogen.
Circulariteit verdient grotere rol
TNO constateert verder dat circulariteit nog onvoldoende verankerd is in de bouwregelgeving. Europese ontwikkelingen zoals de vernieuwde Construction Products Regulation en de Level(s)-methodologie zullen volgens de onderzoekers leiden tot nieuwe eisen rond materiaalgebruik, herbruikbaarheid en levensduur.
In een toekomstbestendig systeem zouden circulariteit, klimaatimpact en mogelijk zelfs weerbaarheid van gebouwen expliciet onderdeel kunnen worden van de essentiële kenmerken waarop bouwregelgeving wordt gebaseerd.
Dat sluit aan bij ontwikkelingen binnen de houtbouwsector, waar juist de CO₂-opslag, hernieuwbaarheid en circulariteit van materialen een belangrijke rol spelen.
Bouwautoriteit
Om de noodzakelijke hervormingen door te voeren stelt TNO een meerjarige routekaart voor. Daarbij zou een speciale “bouwautoriteit” van deskundigen moeten worden ingericht die het stelsel bewaakt, actualiseert en verder ontwikkelt.
Volgens de onderzoekers is het onvoldoende om incidenteel regels aan te passen wanneer zich een probleem voordoet. Alleen een structurele aanpak kan voorkomen dat de complexiteit verder toeneemt.
Het uiteindelijke doel is een bouwregelgeving die eenvoudiger toepasbaar is, innovatie stimuleert, administratieve lasten verlaagt en beter aansluit op de maatschappelijke opgaven van de komende decennia.
Voor sectoren zoals houtbouw kan zo’n herziening grote gevolgen hebben. Niet alleen omdat brandveiligheid opnieuw wordt bekeken, maar ook omdat circulariteit, duurzaamheid en industriële bouwmethoden waarschijnlijk een prominentere plaats krijgen binnen toekomstige bouwregels.
Wil je het hele onderzoek lezen? Klik dan hier!








