De mondiale bouwproductie dreigt het resterende CO₂-budget voor 1,5 graad al binnen twintig jaar volledig op te slokken. Dat blijkt uit nieuw internationaal onderzoek. Zonder snelle materiaaltransitie, weg van beton en staal en richting biobased bouwen, wordt het Parijsakkoord onhaalbaar. Voor houtbouw ligt hier een sleutelrol.
De wereldwijde bouwsector verdubbelt haar CO₂-voetafdruk richting 2050 als de huidige praktijk ongewijzigd blijft. Dat concluderen onderzoekers van onder meer Peking University, het Potsdam Institute for Climate Impact Research en Bauhaus Earth in het vakblad Communications Earth & Environment. In 2022 was de bouw al goed voor circa een derde van de mondiale uitstoot. Onder een business-as-usual-scenario groeit dat aandeel verder door.
De boodschap is scherp: zelfs als álle andere sectoren morgen emissievrij zouden zijn, dan nog overschrijdt de bouwsector in haar eentje het jaarlijkse CO₂-budget voor 1,5 graad al rond 2025. Uiterlijk in 2040 volgt hetzelfde voor de 2-gradendoelstelling.
Beton en staal domineren
De oorzaak ligt vooral in materiaalgebruik. Meer dan de helft van de bouwemissies komt voort uit cement, klinker, bakstenen en metalen. Cement alleen is goed voor 28 procent van de totale bouwgerelateerde CO₂-uitstoot. In absolute cijfers groeide de uitstoot van deze ‘onduurzame materialen’ tussen 1995 en 2022 van 1,8 naar 6,9 gigaton CO₂ – bijna een verviervoudiging.
Opvallend is dat het aandeel biobased materialen wereldwijd juist is afgenomen. In veel ontwikkelingslanden werden hout, stro en andere natuurlijke bouwmaterialen de afgelopen decennia verdrongen door beton en staal. In China bijvoorbeeld daalde het aandeel biobased materialen in de bouwvoetafdruk van 4 procent in 1995 naar vrijwel nul in 2022.
Volgens de onderzoekers is dit geen toeval, maar het gevolg van industrialisatie, schaalvergroting en bestaande bouwketens die volledig zijn ingericht op conventionele materialen.
Groei zit in opkomende economieën
Waar in de jaren negentig nog vooral Europa, de VS en Japan verantwoordelijk waren voor de bouwemissies, ligt het zwaartepunt inmiddels bij opkomende economieën. China alleen al is goed voor bijna de helft van de mondiale bouwgerelateerde CO₂-uitstoot. India volgt op afstand, maar groeit snel door.
Europa en Noord-Amerika laten een relatief stabiel beeld zien. De absolute uitstoot daalt daar nauwelijks, maar groeit ook niet sterk. Toch is dat volgens de auteurs geen reden tot geruststelling: juist rijke regio’s hebben de kennis, kapitaal en schaal om nieuwe materialen en bouwconcepten snel op te schalen.
Materiaalrevolutie noodzakelijk
De onderzoekers spreken expliciet van een noodzakelijke ‘materiaalrevolutie’. Efficiënter bouwen en elektrificatie van materieel zijn onvoldoende om de trend te keren. De kern zit in het vervangen van koolstofintensieve materialen door alternatieven met een lage of zelfs negatieve CO₂-voetafdruk.
Biobased materialen, zoals hout, CLT, LVL, bamboe en vezelgewassen, worden daarbij nadrukkelijk genoemd. Niet als niche-oplossing, maar als structureel alternatief dat schaal moet krijgen. Dat vraagt volgens het onderzoek om investeringen in nieuwe productieketens, aangepaste machines en aangepaste bouwregelgeving.
Interessant is dat ook de kapitaalgoederensector wordt aangewezen als hefboom. Zwaar bouwmaterieel en productielijnen dragen substantieel bij aan de totale voetafdruk. Investeren in machines die geschikt zijn voor hout- en biobased bouwmethoden levert volgens de auteurs een dubbel effect op: lagere directe emissies én snellere opschaling van alternatieve materialen.
Kans voor houtbouw
Voor de houtbouwsector is de studie een duidelijke steun in de rug. Niet alleen bevestigt het onderzoek de klimaatvoordelen van biobased bouwen, het laat ook zien dat zonder grootschalige inzet van hout en andere natuurlijke materialen de mondiale klimaatdoelen buiten bereik raken.
Tegelijk plaatsen de onderzoekers kanttekeningen. Opschaling van houtbouw mag niet leiden tot ontbossing, biodiversiteitsverlies of concurrentie met voedselproductie. Duurzame bosbouw, certificering en ketentransparantie zijn randvoorwaarden. Ook moeten biobased oplossingen passen binnen lokale contexten: wat werkt in Europa, is niet automatisch geschikt voor Afrika of Zuid-Azië.
Oproep aan beleid en markt
De conclusie is onmiskenbaar urgent. De bouwsector bevindt zich op een kruispunt. Blijft zij vasthouden aan beton en staal, dan ondergraaft zij zelf de mondiale klimaatdoelen. Kiest zij voor een fundamentele materiaaltransitie, dan kan de sector juist een sleutelrol spelen in het halen van Parijs.
Voor Nederland en Europa betekent dit: versnellen met houtbouw, biobased innovatie structureel ondersteunen en regelgeving aanpassen aan nieuwe bouwsystemen. Niet als experiment, maar als nieuwe norm.
- Li, C., Pradhan, P., Chen, G. et al. Carbon footprint of the construction sector is projected to double by 2050 globally. Commun Earth Environ 6, 831 (2025). https://doi.org/10.1038/s43247-025-02840-x








