De duurzaamste vierkante meter is de meter die je niet bouwt. Het klinkt als een dooddoener, maar in een sector die worstelt met stikstof, CO₂-reductie en grondstoffenschaarste is het vooral een ongemakkelijke waarheid. Minder bouwen is de snelste route naar minder uitstoot.
Maar de praktijk is weerbarstig. De woningnood is hoog, de vraag naar zorgvastgoed groeit en de energietransitie vraagt om nieuwe infrastructuur. Niet bouwen is in veel gevallen geen optie. De echte vraag voor de bouwsector is daarom: als we dan toch bouwen, hoe doen we dat zo klimaatarm mogelijk?
Het antwoord wordt steeds concreter: met hout.
Renovatie eerst, nieuwbouw als laatste stap
De discussie over materiaalkeuze begint eigenlijk eerder. Want voordat beton, staal of hout in beeld komen, moet de sector zichzelf één vraag stellen: is nieuwbouw noodzakelijk?
Transformatie, optoppen en verdichten leveren vrijwel altijd meer milieuwinst op dan slopen en opnieuw beginnen. De bestaande constructie bevat immers al ‘ingebedde’ CO₂. Wie sloopt, vernietigt die waarde en begint opnieuw.
Pas als renovatie of herbestemming aantoonbaar tekortschieten, komt nieuwbouw in beeld. En dan wordt materiaalkeuze bepalend.
Materiaalgebonden uitstoot onder het vergrootglas
Operationele energie is inmiddels goed te reduceren met isolatie, warmtepompen en pv-panelen. De volgende grote slag zit in de materiaalgebonden emissies.
Cementproductie is wereldwijd verantwoordelijk voor een fors aandeel in de CO₂-uitstoot. Ook staal is energie-intensief. Hout gedraagt zich fundamenteel anders: het slaat tijdens de groei CO₂ op en houdt die vast zolang het materiaal in gebruik blijft.
Daarmee verschuift de discussie van ‘minder slecht’ naar ‘potentieel positief’. Mits het hout uit duurzaam beheerde bossen komt en hoogwaardig wordt toegepast.
Hoogbouw in hout is geen experiment meer
Wie houtbouw nog associeert met laagbouw of nicheprojecten, loopt achter. Het Noorse Mjøstårnet liet al zien dat houtconstructies tot grote hoogte mogelijk zijn. Ook in Nederland groeit het aantal grootschalige houtprojecten, van woongebouwen tot kantoren en scholen.
Mandemaat in Assen geldt als een van de iconen van circulair en demontabel bouwen. Inmiddels is de beweging breder: ontwikkelaars, corporaties en gemeenten formuleren expliciete houtambities in aanbestedingen.
Belangrijke argumenten:
- Lagere materiaalgebonden CO₂
- Lichter gewicht, dus minder fundering
- Hoge mate van prefabricage
- Kortere bouwtijd
- Potentie voor demontage en hergebruik
Ketenverandering noodzakelijk
Houtbouw is geen simpele materiaalwissel. Het vraagt om een andere manier van ontwerpen en samenwerken. Engineering verschuift naar voren in het proces, faalkosten moeten in de fabriek worden voorkomen en detaillering is cruciaal voor brandveiligheid, akoestiek en vochtbeheersing.
Daarnaast is schaalvergroting nodig. Als houtbouw echt impact wil maken op nationale klimaatdoelen, moet het aandeel in de totale bouwproductie substantieel stijgen. Dat vraagt om:
- Opschaling van productiecapaciteit
- Zekerheid over duurzame houtaanvoer
- Eenduidige regelgeving
- Kennisontwikkeling bij ontwerpers en uitvoerders
Geen vrijbrief voor ongebreidelde groei
Belangrijk is wel: hout is geen excuus om méér te bouwen. Ook biobased materialen vragen ruimte, bosbeheer en logistiek. De volgorde blijft dus:
- Niet bouwen waar het kan
- Transformeren waar het kan
- En als nieuwbouw noodzakelijk is: biobased, met hout als primaire drager
Strategische keuze, geen marketing
Voor de sector ligt hier een strategische kans. Wie inzet op houtbouw, kiest niet alleen voor CO₂-reductie, maar ook voor industrialisatie, voorspelbaarheid en een andere waardeketen.
De discussie verschuift daarmee van ‘welk materiaal is het sterkst’ naar ‘welk systeem is toekomstbestendig’. In die afweging scoort hout steeds beter.
Niet bouwen blijft het duurzaamst. Maar als de bouwproductie omhoog moet om maatschappelijke opgaven te realiseren, dan is hout geen niche meer. Het is een logische systeemkeuze.
De vraag is niet óf houtbouw groeit.
De vraag is wie er op tijd op inzet.







