Een nieuwe dataset met gemiddelde CO₂-waarden van houtproducten moet architecten, ontwerpers en ingenieurs helpen om al in de vroege ontwerpfase betere materiaalkeuzes te maken. Het overzicht komt van Timber Development UK. De organisatie bundelde geverifieerde gegevens uit tientallen Environmental Product Declarations (EPD’s) en berekende representatieve gemiddelde waarden voor veelgebruikte houtproducten.
De zogeheten Timber Knowledge Sheet geeft een gewogen gemiddelde van de A1-A4- en C1-C4-emissies. Het gaat onder meer om gezaagd hout, CLT, gelamineerde liggers, plaatmateriaal en houtvezelisolatie. Daarmee krijgen ontwerpers een praktische referentie voor het berekenen van de embodied carbon van een gebouw.
Hout blijft een klimaatvriendelijk bouwmateriaal
Volgens onderzoeker Charles Law heeft hout een lage CO₂-voetafdruk in vergelijking met veel andere bouwmaterialen. Dat komt doordat bomen tijdens hun groei CO₂ opnemen en opslaan. Daardoor krijgen veel houtproducten een negatieve CO₂-waarde wanneer de opgeslagen biogene koolstof wordt meegerekend.
De dataset laat zien dat gezaagd naaldhout gemiddeld ongeveer -693 kg CO₂e per m³ kan vertegenwoordigen wanneer de biogene opslag wordt meegerekend. Ook constructieve producten zoals CLT en gelamineerd hout tonen vergelijkbare waarden.
Dat betekent echter niet dat alle houtproducten automatisch klimaatneutraal zijn. De uiteindelijke impact hangt af van energiegebruik in de productie, transportafstanden en de hoeveelheid lijm of bewerking.
Transport telt mee
Transport blijkt een duidelijke bijdrage te leveren aan de embodied carbon van houtproducten. De onderzoekers rekenden daarom verschillende logistieke scenario’s door.
Voor geïmporteerd hout gaat het bijvoorbeeld om transport van fabriek naar haven, daarna per schip naar het Verenigd Koninkrijk en vervolgens per vrachtwagen naar distributie en bouwplaats. Voor Britse productie rekenden de onderzoekers met transport naar een economisch middelpunt in het land.
Deze aanpak geeft een realistischer beeld van de werkelijke CO₂-impact van houtproducten op de bouwplaats.
Ontworptool voor de vroege fase
De cijfers zijn vooral bedoeld voor de vroege ontwerpfase van projecten. In die fase zijn vaak nog geen specifieke leveranciers gekozen. Productspecifieke EPD’s ontbreken dan meestal nog.
De dataset biedt daarom representatieve gemiddelde waarden per productcategorie. De onderzoekers baseerden die op tientallen geverifieerde EPD’s uit verschillende producerende landen.
In latere projectfasen moeten ontwerpteams de generieke waarden vervangen door de EPD van het daadwerkelijk toegepaste product.
Ook relevant voor Nederland
Hoewel de dataset is ontwikkeld voor de Britse markt, kan hij ook interessant zijn voor Nederlandse ontwerpers en bouwbedrijven. In Nederland beoordelen partijen de materiaalgebonden CO₂-uitstoot van gebouwen via de milieuprestatieberekening. Die berekening gebruikt data uit de Nationale Milieudatabase.
Voor officiële berekeningen blijven productspecifieke gegevens uit die database leidend. Toch kan een generieke dataset nuttig zijn in de vroege ontwerpfase. Ontwerpteams kunnen er verschillende constructieprincipes mee vergelijken voordat ze leveranciers kiezen.
Die behoefte groeit. Houtbouw wordt namelijk steeds vaker ingezet om de materiaalgebonden CO₂-uitstoot van gebouwen te verlagen.
Meer transparantie in de houtketen
De studie laat ook zien dat de beschikbaarheid van milieudata in de houtsector snel groeit. Steeds meer producenten publiceren een Environmental Product Declaration volgens de Europese norm EN 15804.
Die ontwikkeling sluit aan bij de ambitie van de sector om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Meer inzicht in embodied carbon helpt ontwerpers en opdrachtgevers om gerichter op CO₂-reductie te sturen.
Volgens Timber Development UK wordt de dataset jaarlijks geactualiseerd zodra nieuwe EPD-gegevens beschikbaar komen.
Praktisch hulpmiddel voor houtbouw
Voor de groeiende houtbouwsector kan de dataset een praktisch hulpmiddel zijn. Hij maakt de CO₂-opslag van hout beter zichtbaar. Ook laat hij verschillen tussen producten en productiemethoden zien.
Dat detail helpt ontwerpers om gerichter te sturen op materiaalgebruik, transport en circulariteit. Juist die factoren bepalen in toenemende mate de klimaatimpact van gebouwen.








