Na jaren van prijspieken, leveringsproblemen en geopolitieke verstoringen is de houtmarkt in rustiger vaarwater gekomen. Maar stabiel is iets anders dan voorspelbaar. Voor inkopers en bouwbedrijven blijft de vraag actueel: hoeveel voorraad is nog verantwoord in 2026?
De tijd van extreem oplopende prijzen zoals in 2021 lijkt voorbij. Tegelijkertijd blijven energieprijzen hoger dan vóór 2020, zijn handelsstromen uit Oost-Europa fragiel en staat de bouwproductie onder druk. Dat maakt voorraadbeheer opnieuw een strategische afweging.
Van just-in-time naar risicospreiding
Voor 2020 was just-in-time inkoop voor veel bedrijven de norm. Lage rente, korte levertijden en relatief stabiele prijzen maakten grote voorraden overbodig.
Die situatie is veranderd.
Levertijden zijn minder voorspelbaar. Transportkosten blijven hoog door brandstofprijzen en chauffeurstekorten. Daarnaast zorgen productiestops, met name in de zomer, nog altijd voor tijdelijke krapte.
Bedrijven die volledig afhankelijk zijn van directe levering, lopen bij verstoringen sneller tegen vertragingen aan. Zeker bij projecten met vaste opleverdata kan dat direct financiële gevolgen hebben.
Kapitaal staat vast
Tegenover leveringszekerheid staat het financiële risico.
Voorraad betekent werkkapitaal. Bij hogere houtprijzen loopt dat bedrag snel op. Een middelgrote handelaar die enkele honderden kubieke meters extra constructiehout op voorraad legt, zet al snel tonnen vast.
Daar komen opslagkosten, verzekering en risico op kwaliteitsverlies bij. Bij een dalende markt kan voorraad bovendien boven de actuele marktprijs komen te liggen, wat direct op de marge drukt.
In een bouwmarkt die tekenen van afkoeling vertoont, is dat geen theoretisch risico.
Prijsverwachting 2026: lichte druk omhoog
Rondhoutprijzen stijgen licht door strengere bosbeheerregels en beperkte beschikbaarheid. Energie- en loonkosten blijven hoger dan voor de crisisjaren.
Dat maakt de kans op scherpe prijsdalingen klein, maar sluit correcties niet uit als de bouwproductie verder vertraagt.
Differentiatie per productgroep
Niet elk product vraagt om dezelfde voorraadstrategie.
- Constructiehout met stabiele omloopsnelheid leent zich beter voor een veiligheidsbuffer.
- Specialistische of sterk prijsgevoelige producten vragen om kortere inkoopcycli.
- Verpakkingshout en pallets zijn sterker afhankelijk van industriële productie en exportvolumes.
Bedrijven die hun voorraadbeleid per productgroep differentiëren, beperken risico’s zonder leveringszekerheid op te geven.
Langetermijncontracten als alternatief
Fysieke voorraad is niet het enige instrument om risico’s te beheersen. Langetermijncontracten met prijsafspraken bieden stabiliteit zonder dat grote volumes hoeven te worden opgeslagen.
Voor veel partijen zal in 2026 een combinatie van:
- beperkte strategische buffers,
- vaste leveringsafspraken,
- en actieve monitoring van marktindicatoren
de meest logische route zijn.
Balanceren tussen zekerheid en flexibiliteit
De houtmarkt is minder explosief dan enkele jaren geleden, maar structureel gevoeliger voor externe schokken. Volledig terugkeren naar minimale voorraden lijkt daarom niet realistisch.
Tegelijkertijd is grootschalige bulkopbouw, zoals tijdens eerdere prijspieken, financieel moeilijk te verantwoorden in een markt met gematigde groei.
Voorraadbeheer is daarmee geen automatisme meer, maar een strategische keuze. Wie de balans weet te vinden tussen zekerheid en flexibiliteit, beperkt zijn risico’s, zowel bij leveringsproblemen als bij marktcorrecties.
In 2026 draait het minder om maximale voorraad, en meer om gecontroleerde risicospreiding.








