De opmars van houtbouw in Nederland is onmiskenbaar. Massief hout, en in het bijzonder CLT, wordt steeds vaker toegepast als duurzaam alternatief voor beton en staal. De milieuvoordelen zijn evident: lagere CO₂-uitstoot, hernieuwbaarheid en kansen voor circulair bouwen. Tegelijkertijd stelt deze bouwmethode de sector voor nieuwe brandveiligheidsvraagstukken.
Met het visiedocument “Brandveiligheid van gebouwen met een houten draagconstructie” presenteert de Vereniging van Brandveiligheidsadviseurs (VVBA) een inhoudelijke verdieping op de bestaande richtlijnen, in het bijzonder de NTA 6125. Het document is geen alternatief voor de NTA, maar een aanvulling met nadruk op integraliteit, risicobenadering en een expliciete waardering van Vast Opgestelde Brandbeheersings- en Brandblussystemen (VBB-systemen).
Houtbouw en brandveiligheid: andere uitgangspunten
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) maakt geen onderscheid tussen houtbouw en traditionele bouw. Toch is het brandverloop in houten gebouwen wezenlijk anders. Waar bij beton en staal de constructie zelf niet bijdraagt aan de vuurbelasting, is dat bij massief hout wel het geval.
Bij brand in een houten gebouw:
- kan de constructie zelf bijdragen aan het brandverloop;
- kunnen hogere temperaturen en langere brandduren optreden;
- ontstaat een grotere kans op smeulfase na uitbranding van de inventaris;
- kan het bezwijkgedrag afwijken van het traditionele normatieve uitgangspunt van 60, 90 of 120 minuten standaardbrand.
De VVBA stelt daarom dat bouwen in hout vraagt om een expliciete analyse van risico’s en scenario’s en niet alleen het volgen van middelvoorschriften.
Integrale benadering als vertrekpunt
Centraal in de visie staat een integrale aanpak. Brandveiligheid moet volgens de VVBA worden ontworpen vanuit twee hoofddoelen:
- Het beperken van slachtoffers
- Het beperken van schade (gebouw, gebruik en maatschappelijke impact)
Daarbij spelen meerdere randvoorwaarden een rol:
- De rol en inzetmogelijkheden van de brandweer
- Duurzaamheidsambities
- Schadebeperking en continuïteit
- Maatschappelijke impact bij grootschalige brand
Juist bij houtbouw kan een brand zonder doeltreffende voorzieningen leiden tot aanzienlijk grotere schade of zelfs totaalverlies. Tijdelijke herhuisvesting, bedrijfsstilstand of langdurige hersteltrajecten maken de impact groot.
Herwaardering van VBB-systemen
Een belangrijk speerpunt van de VVBA is de expliciete waardering van gecertificeerde VBB-systemen (zoals sprinkler- of watermistinstallaties).
Volgens internationale statistieken functioneert een goed ontworpen en gecertificeerd sprinklersysteem in circa 98% van de brandgevallen effectief. Daarmee wordt een beginnende brand beheerst voordat significante hoeveelheden constructief hout bij de brand betrokken raken.
De VVBA benadrukt:
- Een VBB-systeem moet gecertificeerd zijn (CCV-regeling).
- De uitvoering en betrouwbaarheid zijn essentieel.
- Er moet onderscheid worden gemaakt tussen woningsprinklers (ontvluchtingsondersteunend) en installaties gericht op brandbeheersing.
Daarnaast worden maatregelen voorgesteld om de betrouwbaarheid verder te verhogen, zoals:
- automatische standbewaking van afsluiters;
- omloopleiding bij alarmkleppen;
- redundantie in pompvoorzieningen;
- suppletievoorzieningen voor langere standtijd.
Volgens de VVBA kan een integraal ontworpen VBB-systeem in veel gevallen aanvullende bouwkundige beperkingen vervangen – mits restrisico’s expliciet zijn geanalyseerd.
Meer ontwerpvrijheid bij gelijkwaardige veiligheid
Op basis van deze benadering werkt de VVBA maatregelpakketten uit voor:
- Niet-slaapgebouwen ≤ 35 m
- Slaapgebouwen ≤ 20 m
- Slaapgebouwen 20–35 m
- Niet-slaapgebouwen 35–70 m
- Slaapgebouwen 35–70 m
Voor gebouwen tot 35 meter wordt bij toepassing van een gecertificeerd VBB-systeem onder meer voorgesteld:
- Geen beperking van compartimentsgrootte (mits onderbouwd via NEN 6060/6079);
- Geen reductie op constructieve brandwerendheid (extra robuustheid);
- Geen beperking aan permanente vuurbelasting;
- In veel gevallen geen aanvullende afscherming van massief hout.
Voor gebouwen boven 35 meter (tot 70 m) worden zwaardere eisen voorgesteld, zoals:
- Brandcompartimentering per bouwlaag;
- 120 minuten constructieve brandwerendheid;
- Verhoogde WBDBO-eisen rondom brandweerlift en trappenhuizen;
- Gevelmaterialen overwegend klasse A1/A2;
- Verhoogde betrouwbaarheid van het VBB-systeem.
Balans tussen duurzaamheid en brandveiligheid
Een opvallend onderdeel van de visie is de expliciete spanning tussen duurzaamheidsambities en brandveiligheidsmaatregelen.
Extra afschermingen, gipslagen of brandvertragers verhogen de milieubelasting en beperken circulariteit. Tegelijkertijd kan extra redundantie in installaties ook milieueffecten hebben.
De VVBA pleit daarom voor:
- Een zorgvuldige afweging tussen milieuprestatie en veiligheidsniveau;
- Maatregelen die aantoonbaar effectief zijn;
- Geen stapeling van voorschriften zonder risicogerichte onderbouwing.
Geen norm, maar richtinggevend kader
Het visiedocument is nadrukkelijk geen norm en geen vervanging van de NTA. Het is bedoeld als hulpmiddel en startpunt voor veiligheidsdenken in projecten waarin integraal voor een VBB-systeem wordt gekozen of waarin de gebouwhoogte boven de 35 meter uitkomt.
Afwijkingen blijven mogelijk, mits zorgvuldig onderbouwd.
Conclusie: ruimte voor hout, mits doordacht
De boodschap van de VVBA is helder: houtbouw biedt grote kansen voor verduurzaming, maar vraagt om een expliciete, integrale brandveiligheidsbenadering.
Door:
- risico’s probabilistisch te benaderen,
- VBB-systemen volwaardig te waarderen,
- constructieve robuustheid te behouden,
- en brandweerinzet expliciet mee te ontwerpen,
ontstaat volgens de VVBA een brandveiligheidsconcept dat zowel veiligheid waarborgt als ontwerpvrijheid biedt.
Voor de houtbouwsector betekent dit: méér ruimte voor massief hout, mits onderbouwd, integraal en met aantoonbare beheersing van restrisico’s.







